2

Concept

Een gerichte aanpak

In de leerwerkboekenkeren dezelfde vaste onderdelen terug. De herkenbare lay-out, pictogrammen en wetenschappelijke methode zorgen voor duidelijkheid.


Activerend en onderzoekend

  • Overzicht van de leerstof aan het begin van elk hoofdstuk: leerkracht en leerling duiden aan welke doelstellingen ze al hebben bereikt
  • Theorie, oefeningen en demoproeven wisselen elkaar af
  • Elk hoofdstuk eindigt met een oefeningenreeks: toepassingsvragen en verwerkingsoefeningen


Demoproeven/labo's

  • Demoproef: uitgevoerd door de leerkracht om de theorie te demonstreren. Vaak inductief, wat het verwerken van de leerstof vergemakkelijkt
  • Labo: experiment zelfstandig uitgevoerd door de leerlingen. Op een motiverende manier geraken ze vertrouwd met een aantal onderzoekscompetenties


OVUR-structuur

  • O: duidelijke onderzoeksvraag, gevolgd door een hypothese
  • V: bij een demoproef tonen wij de werkwijze. Bij een labo ook de benodigdheden, eventuele verwijzingen naar H- en P-zinnen en soms enkele gerichte vragen om info op te roepen
  • U: de leerling noteert wat hij tijdens het experiment waarneemt
  • R: de leerling reflecteert en formuleert in zijn besluit een antwoord op de onderzoeksvraag


Extra

  • In het Labo-onderdeel staat veiligheid voorop. De leerlingen vinden er ook een overzicht van al het labomateriaal én de nodige veiligheidsmaatregelen.
  • De leerwerkboeken bevatten ook een gekartonneerd schutblad met het periodiek systeem van de elementen
  • Achteraan in elk leerwerkboek staat een alfabetische index